
# Waar komt het geluid vandaan?De kinderen sluiten hun ogen. Jij gaat ergens in de klas staan en maakt een geluid. De kinderen wijzen naar de plek waarvan zij denken dat het geluid vandaan kwam. Dan mogen ze hun ogen open doen. Hebben ze het goed?
# Wie staat er voor je.De kinderen kijken goed naar elkaar. Wat hebben de klasgenootjes aan? Hoe hebben ze hun haar? enz. Dan wordt één kind geblindoekt en komt er een kind voor hem/haar staan. Het geblindoekte kind mag nu aan de kleding en het haar voelen. Weet hij/zij wie er staat?